Code die je werknemers in dienst schrijven, is van je bureau. Artikel 7 Auteurswet maakt de werkgever dan maker, tenzij jullie iets anders afspraken. Code van een zzp’er is van de zzp’er, totdat die het auteursrecht schriftelijk aan je bureau overdraagt (artikel 2 lid 3 Auteurswet).
De klant wordt pas eigenaar als jullie contract een overdracht bevat. Betalen alleen is daarvoor niet genoeg. Voor bijna elk Nederlands bureau met een gemengd team betekent dit dat een deel van de code in de repo’s juridisch van iemand anders is.
Wie is eigenaar van code van werknemers?
Software is een beschermd werk in de Auteurswet (artikel 10 lid 1 onder 12° Auteurswet). Artikel 7 Auteurswet zegt dat als de arbeid in dienst van een ander bestaat in het maken van bepaalde werken, degene in wiens dienst ze zijn gemaakt als maker geldt, tenzij partijen iets anders hebben afgesproken.
Je bureau geldt dan zelf als maker in de zin van de wet, en is dus vanaf de eerste regel eigenaar.
Een vergelijkbare regel staat op Europees niveau in de softwarerichtlijn (Richtlijn 2009/24/EG, artikel 2 lid 3): de werkgever mag alle vermogensrechten uitoefenen, tenzij contractueel anders bepaald.
Let op drie punten:
- Het moet werk in dienst zijn. Een side project dat een ontwikkelaar in het weekend maakt, buiten zijn taken, valt er niet vanzelf onder.
- Afwijkende afspraken gaan voor. Kijk of arbeidscontracten iets anders zeggen. Een IE-clausule in het arbeidscontract maakt de positie sterker.
- Stagiairs en uitzendkrachten. Die zijn niet altijd ‘in dienst’ van je bureau. Regel het met een aparte overdracht.
Wie is eigenaar van code van zzp’ers?
De zzp’er. Hij is geen werknemer, dus artikel 7 geldt niet. Het auteursrecht ontstaat bij hem en blijft daar tot hij het overdraagt.
Overdracht vraagt in Nederland twee dingen (artikel 2 lid 3 Auteurswet):
- een schriftelijke overeenkomst;
- een akte die voor de levering bestemd is.
Een zin in een offerte of een mail met ‘akkoord’ is daarvoor zwak.
Het auteurscontractenrecht uit hoofdstuk Ia van de Auteurswet speelt hier geen rol. Artikel 45n Auteurswet zegt het zo: de artikelen 15n, 16b en 16c en hoofdstuk Ia (het auteurscontractenrecht) gelden niet voor computerprogramma's.
Een zzp’er die code schrijft, kan zich dus niet op de billijke vergoeding van dat hoofdstuk beroepen. Wat hij krijgt, staat in jullie overeenkomst.
Een tweede reden om het goed te regelen: de Belastingdienst handhaaft weer op schijnzelfstandigheid. Zzp’ers die al jaren als vast teamlid meedraaien, zijn een risico op twee fronten.
Wie is eigenaar van code die je voor een klant bouwt?
Dat beslist het contract. Er zijn drie situaties:
| Situatie | Wie heeft het auteursrecht | Wat heeft de ander |
|---|---|---|
| Geen contract of contract zonder overdracht | Je bureau | De klant heeft een gebruiksrecht voor het doel waarvoor de software is gemaakt |
| Contract met schriftelijke overdracht van alle IE | De klant, vanaf het moment dat in de clausule staat | Je bureau heeft alleen wat er in een licentie terug is afgesproken |
| Contract met overdracht van maatwerk, eigen componenten blijven bij het bureau | Klant voor het maatwerk, bureau voor de componenten | Klant krijgt een licentie op de componenten in het geheel |
Werk je met algemene voorwaarden, zoals de NLdigital Voorwaarden 2025, lees dan wat daar over intellectuele eigendom staat en of de klant ze heeft geaccepteerd. Hoe je een overdrachtsclausule leest en onderhandelt, staat in overdracht van intellectueel eigendom.
Wat als de keten niet sluit?
Je kunt alleen overdragen wat je zelf hebt. Heeft een zzp’er niets getekend en heb jij in het contract met de klant ‘alle rechten’ overgedragen, dan heb je iets beloofd wat je niet kon leveren.
Dat komt vaak pas boven water op drie momenten:
- bij een due diligence;
- als de klant wordt overgenomen;
- als jij code wilt verkopen.
Hoe controleer je je eigen repo’s?
- Maak een lijst van alle repo’s.
- Zet bij elke repo wie eraan heeft gewerkt: werknemers, zzp’ers, onderaannemers.
- Zoek per zzp’er en onderaannemer de overeenkomst en de overdrachtsakte op.
- Zoek per klantproject het contract op en noteer wat er over IE staat.
- Verdeel in drie stapels: van het bureau, van een klant, onduidelijk.
De eerste stapel is wat je bureau kan in licentie geven of verkopen. Wat die waard is, lees je op wat is code waard.